Als ik denk aan kerst dan denk ik aan ‘verwachten’. Maria verwachtte haar kind. In andere verhalen in de Bijbel vind je dit thema ook terug; het volk Israël wachtte op de beloofde Messias. Zelfs de eerste mensen kregen die belofte al, dat er Iemand zou komen om hen te verlossen uit de benarde situatie waar ze – nota bene in het Paradijs – in terecht waren gekomen.

Advent!

Duizenden jaren later was het eindelijk zover. Een paar honderd jaar had God niet door profeten gesproken; de Romeinen hadden het land ingenomen en toen, onverwachts gebeurde het. Een volk dat in donkerheid wandelt ziet een groot licht. Over hen die wonen in een land van diepe duisternis straalt een licht. En zo gingen de wijzen op pad, de ster die ze zagen was hun licht en wees hen de weg en ze kwamen uit in Bethlehem, dat kleine stadje waar ze de Koning vonden, in een voederbak.

Dit is kerst als we terugkijken – in dankbaarheid voor wat er toen gebeurde.

Maar verder? Het is al zolang geleden dat Jezus heeft gezegd dat Hij terugkomt wanneer onze plek in het Vaderhuis klaar is; inderdaad leef ik al vele jaren in de verwachting van de spoedige komst van Jezus. Maar veel mensen zeggen ook: Waar blijft de belofte van Zijn komst? En ze gaan door met hun leven.

Tot nu. Ineens is het een tijd waarin het leven niet meer gewoon doorgaat; alles is anders geworden.

Soms is het haast alsof ik Adam en Eva zie, terwijl ze zich verstoppen wanneer God zoals elke avond in de Tuin komt wandelen. Waar satan in slaagde daar in het Paradijs, gebeurt ook nu. Ook wij verstoppen ons en ervaren ineens afstand en angst naar elkaar toe. We bedekken ons gezicht en lopen met een boog om elkaar heen. Alsof we in donkerheid wandelen, zoals Jesaja het zegt over het volk Israël.

Hierover las ik het volgende: ‘Als je een vervreemdend gevoel hebt door alles wat er om je heen gebeurt, ook door de volledig God-loze manier van denken in de maatschappij, dan is dat waarschijnlijk omdat de Heilige Geest je voorbereidt op je nieuwe thuis waar we binnenkort zullen zijn. Ons burgerschap is in de hemel!’

En nu wat verwacht ik Heer? Mijn hoop is op U!

Hoop niet op verbetering van deze wereld, op de leiders van deze wereld, op mensen of dingen. En hoe minder we aan van alles vastzitten, hoe méér we in deze donkere tijd nog kunnen schijnen als lichtende sterren. Onze hoofden omhoog, zoals de wijzen die de ster volgden, tot de morgenster opgaat – die er ineens is, op het donkerste moment van de nacht.

Wat een bemoediging dat hoe donkerder het wordt, we weten dichter en dichter te zijn bij het moment dat de blinkende Morgenster, Jezus zal verschijnen. Onze hoop uit de hemel.

Advent – want de nacht is ver gevorderd, de dag is dichtbij!