Is er ooit een tijd of seizoen in je leven geweest waarin je voelde dat je leefde van moed of geloof dat geleend was? Heb je ooit gemerkt dat je met weinig hoop een gesprek met een vriend bent begonnen en daarna achterbleef met een verfriste geest? Of misschien was je aan het einde van je Latijn toen een vriend kwam opdagen om je te helpen.

Ik zat tegenover een goede vriendin, met een kop koffie en bekende: “Ik zie niet in hoe de Heer hier iets goeds uit kan halen.” Ik wist dat God in alle dingen goed was en dat Hij elk gebroken hart kon herstellen, en toch kon ik met mijn menselijke ogen niet zien hoe Hij dat voor elkaar zou krijgen.

Mijn vriendin stak haar hand over de tafel, legde haar hand op mijn arm en zei: ‘Ik heb genoeg vertrouwen voor ons allebei.’

Bij het lezen van dit laatste hoofdstuk van Handelingen kwam dat moment in me op. Paulus heeft schipbreuk geleden, is gevangengezet, werd zelfs geslagen en kwam in Rome aan, en wat zegt de Schrift ons?

‘En daarvandaan kwamen de broeders, die van onze zaken gehoord hadden, ons tegemoet, tot Appiusmarkt en de Drie Tabernen. Toen Paulus hen zag, dankte hij God en vatte hij moed.’ – Handelingen 28:15

Bij de aanblik van zijn broers en zussen werd Paulus bemoedigd en dankte God. Paulus ‘had moed nodig’. Daar hou ik van. Alleen al de aanwezigheid van de gemeenschap – zijn broers en zussen – gaf Paulus de moed om door te gaan. Het zorgde ervoor dat hij zijn Maker bedankte. Dan zien we de vrucht van die bemoediging: Paulus ging meteen weer aan de slag om het goede nieuws van Jezus te delen.

“En Paulus bleef twee volle jaren in zijn eigen gehuurde woning, en ontving allen die naar hem toe kwamen. Hij predikte het Koninkrijk van God en gaf onderwijs over de Heere Jezus Christus, met alle vrijmoedigheid, ongehinderd.” – Handelingen 28: 30-31

De christelijke gemeenschap was als brandstof voor Paulus’ moedige verkondiging van het koninkrijk van God.

Vergis je niet. Het geschenk van een goddelijke gemeenschap is een sterke kracht die je niet mag onderschatten. Als je op je ergst bent, uitgeput door ontberingen, ren naar je medebroeders en -zusters in Christus. Als je niet kunt zien hoe God je op die moeilijke weg die je bewandelt gaat verlossen, isoleer jezelf dan niet – ontleen moed en geloof aan je medezusters in Christus. Je zult het verschil misschien niet onmiddellijk kunnen zien of voelen, maar een echte christelijke gemeenschap zal je niet alleen erdoorheen dragen, die gemeenschap zal je ontketenen om Gods goedheid te verkondigen, zelfs te midden van een storm.

Ik schrijf dit niet vanuit een ivoren toren, maar ik sta met mijn voeten in de klei. De waarheid is dat ik niet kon zien hoe God in het puin van mijn leven kon werken. Maar mijn vriendin had gelijk. Ze stak haar hand over de tafel, pakte mijn arm en leende me haar moed en geloof. Er werd die dag een zaadje van hoop geplant en het groeide uit tot een prachtig verlossingsverhaal. God werkte niet zoals ik dacht dat Hij zou doen, maar Hij heeft alles tot iets moois verweven, dat Zijn goedheid en Zijn evangelie weerspiegelt. Mijn leven is een getuigenis van de goedheid die een christelijke gemeenschap te midden van levensstormen kan brengen. Toen mijn geloof vermoeid was, droeg het geloof van een dierbare zuster mij.

Laten we, nu we aan het einde komen van het boek Handelingen, samen zien hoe God Paulus niet alleen gebruikte, maar dat Hij Gods volk gebruikte om Zijn goede nieuws te verkondigen. Laten we kijken naar wat de Heer door Zijn volk heeft gedaan en laten we geïnspireerd worden de christelijke gemeenschap te gaan zoeken en ervaren. Wanneer het onze beurt is om een ander te bemoedigen, mogen wij getrouwe broeders en zusters zijn die over de tafel reiken en zeggen: “Leen mijn geloof, ik heb genoeg voor ons tweeën.”